Naast individuele rouwcoaching, schrijf en praat ik over rouw. Hieronder enkele voorbeelden als inspiratie.

STOP DE DOOD EN DE DODEN NIET WEG

Rouwen kun je leren

DE STANDAARD / 31 OKTOBER 2015 OM 03:00 UUR | Katleen Van Langendonck

Voor weinig krijg je zoveel voorbereidingstijd als voor sterven, en toch kunnen we zo moeilijk om met dood en verlies, schrijft Katleen Van Langendonck. We moeten de dood – en het sukkelen ermee – meer in het leven toelaten.

Wat? De plaats van rouw in de maatschappij uit zich ook in symbolen en rituelen. Laten we ook die aanpassen en uit de taboesfeer halen.

‘Verdriet is het negatief van liefde. En als liefde in de loop der jaren kan groeien, waarom dan verdriet niet?’, schrijft Julian Barnes in Hoogteverschillen.

Toen mijn moeder elf jaar geleden stierf, voelde ik in eerste instantie niet zo heel veel verdriet. Ze was ongeneeslijk ziek en toen ze dat de laatste week ook echt besefte, wou ze ook niet meer afzien. Troostend was het ritueel waarbij een haag van kinderen van de school waar ze vroeger lesgaf, ons omringde tijdens de wandeling naar de kerk. Ik had mooi afscheid genomen, dacht ik.

Maar mijn rouw was nog niet begonnen. Ik leefde voort, hielp wel niet met haar kleren opruimen, luisterde nog vaak naar haar stem op het antwoordapparaat. Het heeft een jaar geduurd voor ik echt besefte dat mijn moeder niet een of andere lange reis maakte, maar dat ik haar hier nooit zou terugzien. Hoe verder de tijd verstreek, hoe echter haar dood werd, hoe groter het gemis.

Ik heb lang gedacht dat dit een abnormaal proces was, dat ik het verleden niet kon loslaten. Pas jaren later, tijdens mijn opleiding tot rouwtherapeut, bleek dat ik niet alleen was. Dat mensen die zelf met afscheid te maken krijgen, veelal een andere ervaring hebben dan de algemeen verwachte. Want voor de samenleving vat een rouwperiode aan op de sterfdag en wordt het problematisch als het na enkele maanden niet voorbij is.

Rouwen is net als liefhebben een werkwoord. Een levenslange beweging die ons maakt tot wie we zijn. Het gaat nooit over, en dat is misschien maar goed ook. Het verdriet blijft, maar de steen die je eerst de adem beneemt, kan de steen/steun in je rug worden. Voor mij kwam die transformatie er na tien jaar. Ik nam in de cursus rouwtherapie nogmaals afscheid van mijn moeder. Niet rationeel, maar emotioneel. Niet via het bewuste, maar via het onbewuste. Doorheen meditatie, visualisatie (ik zie mijn moeder voor me, enkel haar hoofd en erg dichtbij) en uitwisseling (ik vertel haar over het moeilijke afscheid, mijn zoon die ze nooit gekend heeft, ik knuffel, zij zegt dat het goed is zo), zie ik haar aan het eind van op een grotere afstand wegwandelen. De donkere wolk werd na tien jaar lichter, en blijft een klein licht wolkje dat me volgt, tot op vandaag.

Doodsprentjes ontwerpen

Niet dat ik iedereen aan het mediteren wil zetten, maar laten we de dood, de rouw, en het zoeken naar rouwrituelen bespreekbaarder maken. We hebben de dood te veel buiten het leven geplaatst en denken daardoor vaak dat die niet bestaat. Nochtans krijg je voor niets zoveel voorbereidingstijd. Is het dan niet vreemd dat niemand erop voorbereid is?

Ik herinner me dat de meester in het vierde leerjaar ons vroeg om een eigen doodsprentje te ontwerpen. Wij vonden dat doodnormaal, maar het leidde tot een fikse rel in de school. Laat kinderen op school kleine rituelen rond verlies uitdenken (dat kan gaan van afscheid nemen van een fopspeen of knuffel, over scheiding en verhuis, tot de dood van een huisdier of een ouder). En aan het eind van ons leven: praten via een app met dementerenden over de wensen rond hun levenseinde (DS 12en 14oktober) is fantastisch, maar ik denk dat iedereen zo’n app kan gebruiken.

Waarom bevinden kerkhoven en crematoria zich zo vaak aan de rand van de stad of het dorp? Vergroot de keuzevrijheid voor begraven, en laat de doden in ons midden vertoeven. Een lichaam wordt nu vaak verplaatst naar de rouwkamer van kliniek of uitvaartcentrum, maar het rouwen kan al thuis beginnen: met een lichtritueel met kaarsen, een rituele wassing, een opbaring die je zelf samen met geliefden doet (zodat kleren en schmink ervoor zorgen dat je de opgebaarde net herkent in plaats van de indruk te hebben dat die naar een verkleedfeest gaat). Zelf de dode omwikkelen in een lijkwade, of zelf de dode in de kist leggen, zoals prachtig geïllustreerd wordt in de Japanse film Departures.

Zoals we meer en meer thuis bevallen, kunnen we ook vaker thuis sterven, opgebaard en bewaard worden. Nederland is hier voorloper, net als in het bedenken van nieuwe herdenkingsrituelen. Zo hebben zij ‘Lichtjesavonden’ en ‘Allerzielen Alom’, waarbij begraafplaatsen ’s avonds aangekleed worden met licht, vuur, klank en kunst. Het leven wordt er gevierd, zoals tijdens de Día de Muertos in Mexico.

Vindingrijke doden

En wat met de doden zelf? Zijn ze echt weg, en is het doel van rouw (faire le deuil, zegt het Frans genuanceerder) om ze te vergeten? Als ze verschijnen in onze dromen, of ons tekens lijken te geven, is dat dan pure hallucinatie van onze eigen geest? Ik heb nog altijd spijt dat de gsm van mijn moeder niet meer in gebruik is en ik haar stem niet meer hoor. Vorige week verscheen plots op de wifi-toets van mijn telefoon ‘Wifi Annelies’, dag op dag 25 jaar na de dood van mijn nicht Annelies.

Psychologe en filosofe Vinciane Despret, verbonden aan de Université de Liège, deed onderzoek naar de vindingrijkheid van de doden in het beïnvloeden van ons leven. Ze draait de rollen om en kijkt wat de doden voor ons kunnen doen. In haar pas verschenen boek Au bonheur des morts haalt ze voorbeelden aan uit andere culturen en tijden. En ze laat vooral mensen vertellen over hoe de doden hun tekens geven, hen met veel tederheid en humor aanmoedigen om te rouwen.

Despret neemt serieus wat meestal als irrationeel of populistisch gezien wordt. Ze vraagt niet dit als wetenschappelijke waarheid te beschouwen, wel dat het toegelaten wordt. Dat we leren openstaan voor andere aanwezigheden, voor wat al die doden ons proberen te zeggen. Ook hier verschilt de praktijk van de achtergeblevenen veelal van de visie van de maatschappij. Het is normaal dat je het gevoel blijft hebben dat er iemand ontbreekt, eerder dan dat er iemand gestorven is. Het is normaal om de tafel te dekken voor de overledene, en om af en toe zijn lievelingsmaaltijd klaar te maken. Of om met Julian Barnes te eindigen: ‘Het feit dat iemand dood is, mag dan betekenen dat hij of zij niet meer leeft, maar het betekent niet dat hij of zij niet meer bestaat.’




Gesprek (FR/NL) met Tania Teughels voor Verbinding in Verlies en Dela. Met scriber Anje Claeys: Een scriber tekent je verhaal en de onderliggende emoties. Tania had het ook nog over de troost van tekens: ze had met haar zus, afgesproken dat die een teken zou proberen te geven na haar dood. “We deden er een beetje lacherig over”, vertelt ze. “Het woord dat we hadden afgesproken was ‘zeekomkommer’. Hoe groot was de kans dat ik dat ooit zou horen… Ik was er dan ook helemaal ondersteboven van toen ik exact een jaar na haar dood, tijdens mijn vakantie, van een gids op een boottocht te horen kreeg dat er zeekomkommers op de bodem lagen… Ik kon niet anders dan mijn zus heel dichtbij mij te voelen.”

Gesprek met Alain Platel, Bozar, december 2020. Thema sterven komt aan bod vanaf 1.20





Gesprek met Barbara Raes, Kaaitheater, november 2017, focus Our Daily Death


Gesprek over dood, rouw, rituelen en kunst, maart 2019, festival Performatik, Kaaitheater

Voor

Myrthe van der Mark

It, it is usual to add rose which is four rows. It is usual to add it

Tekst voorgedragen tijdens de performance in De Brakke Grond, Amsterdam, Festival Beyond the Black Box, 02/02/2024

Een ekster

 One for sorrow

 Ik denk aan Max Porter’s ‘Verdriet is dat ding met veren’

 Ik denk aan Nan Goldin

 Voluit leven is ook voluit rouwen

 Laat die ballon af en toe knallen

 Haar – Haren – H aar opmaken – Haar Haar opmaken

 Ik denk aan Hannah Wilkee en hoe ze altijd haar lichaam gebruikte in haar kunst, ook als ze kanker kreeg – kunst met haren – haarkunst

Rouw is als varen in een roeiboot. De boot als metafoor voor het leven na een verlies. De ene roeispaan staat symbool voor het verlies, de rouw en alles wat daarbij hoort en komt kijken. De andere roeispaan staat voor het leven dat verder gaat. Gebruik je één roeispaan, draai je rondjes en kom je niet verder.

Het bewegen an sich is belangrijk. Een beweging die in deze film zit, versneld, vertraagd, versneld en weer vertraagd.

Rituelen: muziek, foto’s, tekst.

Maar in de herinnering zit ook de dagdagelijkse beweging van het lichaam.

 Van een dansende papa.

 Hoe bewaar ik die beweging, hoe kan ik ze integreren in mijn eigen beweging? Of doe ik dat sowieso al?

 Intergenerationeel doorgeven.

Ik denk aan Georgië waar rouwen lichamelijker is dan hier, met eten, drinken dansen en rouwend zingen.

Maar ik denk ook aan de kracht van onze rituelen:

De handdruk

De zakdoek

Chat gpt. Energieën doorgeven.

Ik denk aan toen plots op de wifi-toets van mijn telefoon ‘Wifi Annelies’ verscheen, dag op dag 25 jaar na de dood van mijn nicht Annelies.

Het eindbeeld: licht en schaduw, donker en licht, soleil noir, zwarte zon.

Our daily death.

Rouwen is net als liefhebben een werkwoord. Een levenslange beweging die ons maakt tot wie we zijn. Het gaat nooit over, en dat is misschien maar goed ook.

Of om met Julian Barnes te eindigen: ‘Het feit dat iemand dood is, mag dan betekenen dat hij of zij niet meer leeft, maar het betekent niet dat hij of zij niet meer bestaat.’

Voetnoot: We hebben de dood te veel buiten het leven geplaatst en denken daardoor vaak dat die niet bestaat. Nochtans krijg je voor niets zoveel voorbereidingstijd. Is het dan niet vreemd dat niemand erop voorbereid is?

 

 

.